ECLI:NL:RVS:2002:AE7751
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning loswal nabij Gaarkeuken
Burgemeester en wethouders van Zuidhorn verleenden op 2 mei 2000 een bouwvergunning aan de provincie Groningen voor een loswal nabij Gaarkeuken. Partijen, voormalige eigenaren en bewoners van een nabijgelegen woning, maakten bezwaar tegen deze vergunning. Dit bezwaar werd door burgemeester en wethouders niet-ontvankelijk verklaard omdat partijen ten tijde van de beslissing op bezwaar geen belanghebbenden meer waren.
De rechtbank te Groningen oordeelde dat partijen ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard en vernietigde het besluit op bezwaar. Burgemeester en wethouders gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad overwoog dat belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht degene is wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Hoewel partijen ten tijde van het indienen van het bezwaar belanghebbenden waren, waren zij dat ten tijde van de beslissing op bezwaar niet meer. De Raad stelde vast dat partijen geen aannemelijk gemaakt belang hadden bij het primaire besluit, onder andere omdat zij geen schade hadden bewezen die voortvloeide uit de bouwvergunning. Ook het argument dat zij als gemachtigden van de kopers zouden optreden, werd verworpen omdat deze niet als partij in beroep waren opgekomen.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van partijen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van partijen wordt ongegrond verklaard omdat zij ten tijde van de beslissing op bezwaar geen belanghebbenden waren.