ECLI:NL:RVS:2002:AE7766
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toevoeging rechtsbijstand wegens ontbreken bewijsstukken
Appellant verzocht om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand, maar het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam wees dit verzoek af. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en ook de rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing.
In hoger beroep bij de Raad van State stelde appellant dat zijn inkomen onder de toevoegingsgrens ligt, maar slaagde er niet in bewijsstukken te overleggen die dit onderbouwen. Hierdoor kon de raad geen redelijk oordeel vormen over zijn financiële situatie.
De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van bewijsstukken een redelijke grond is voor het weigeren van de toevoeging. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de toevoeging wegens het ontbreken van bewijsstukken over inkomen en vermogen.