ECLI:NL:RVS:2002:AE7777
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- W. van den Brink
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperkte vergunningstermijn jachtwet na strijd met artikel 53
Appellant heeft een vergunning ontvangen voor het jagen zonder jachtakte voor de periode van 1 april 2000 tot en met 31 december 2000. Hij stelde bezwaar tegen de beperkte termijn van negen maanden en vorderde een vergunning met een geldigheidsduur van drie jaren, zoals hij die sinds 1982 steeds had ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de overgangsregeling die langere vergunningen toestond, in strijd was met artikel 53 van Pro de Jachtwet. Deze wet vereist een verscherpte beoordeling van de vergunningaanvragen waarbij de minister moet vaststellen of sprake is van belangrijke dreigende schade. Deze beoordeling ontbrak bij de verleende vergunning.
Daarom was de vergunning van negen maanden rechtsgeldig en kon appellant geen aanspraak maken op een langere termijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Almelo bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperkte vergunningstermijn van negen maanden bevestigd.