ECLI:NL:RVS:2002:AE8084
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na objectief redelijk vermoeden illegaal verblijf op basis van anonieme tip
Appellant werd op 24 mei 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij geen geldig verblijfsrecht had. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de woningbetreding en staandehouding, die waren gebaseerd op een anonieme tip over een mogelijke illegale vreemdeling op het betreffende adres. De Raad van State oordeelde dat, hoewel de rechtbank een onjuist criterium hanteerde, het juiste criterium van een objectief redelijk vermoeden op grond van feiten en omstandigheden, waaronder de concrete anonieme tip en vermoedelijke familierelatie, wel aanwezig was.
De Raad bevestigde dat de ambtenaren bevoegd waren de woning binnen te treden met een bijzondere schriftelijke machtiging en appellant staande te houden. Omdat appellant geen geldig identiteitsbewijs had en eerder illegaal verbleef, was de bewaring terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd wegens een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf op basis van een concrete anonieme tip.