ECLI:NL:RVS:2002:AE8243
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending procesregels
Appellant diende op 5 mei 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 10 mei 2002 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de 48-uur-termijn voor afwijzing van de aanvraag in het aanmeldcentrum correct was toegepast. De Raad oordeelde dat de termijn aanvangt bij indiening van de aanvraag en niet pas bij de start van het onderzoek in het aanmeldcentrum. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat de termijn pas op 7 mei 2002 begon.
Verder werd geoordeeld dat de omstandigheden rondom de vreemdelingenbewaring geen objectieve belemmering vormden voor het onderzoek, zodat de termijn niet mocht worden verlengd. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond.
De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. De Raad wees een verzoek van de minister af om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden daarvoor.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens schending van de termijnregels.