ECLI:NL:RVS:2002:AE8245
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel binnen 48 proces-uren
Appellante verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de 48-uur-termijn voor het onderzoek naar haar aanvraag niet juist was berekend, omdat zij meende dat het onderzoek al op 2 mei 2002 was begonnen met het voorleggen van een vragenlijst.
De Raad van State overwoog dat de 48-uur-termijn aanvangt op het moment van indiening van de aanvraag, tenzij er sprake is van een eerder onderzoek gericht op de aanvraag. In dit geval was het voorgelegde vragenformulier slechts bedoeld voor administratieve voorbereiding, namelijk het vaststellen van de taal van appellante en het taalgebied, en niet voor het daadwerkelijke onderzoek naar de aanvraag.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de 48-uur-termijn dus niet op 2 mei 2002 was begonnen, maar op het moment van daadwerkelijke aanvang van het onderzoek in het aanmeldcentrum op 12 mei 2002. Hierdoor was de afwijzing binnen de wettelijke termijn gebeurd en faalde het verweer van appellante. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd omdat de aanvraag binnen de wettelijke 48 proces-uren correct is behandeld.