ECLI:NL:RVS:2002:AE8479
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens tijdige beslissing binnen 48-uurs-termijn
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van de 48-uurs-termijn waarbinnen de staatssecretaris een beslissing moet nemen. Appellant stelde dat de termijn niet correct was berekend, met name dat de wachttijd tussen aanmelding in het aanmeldcentrum en het begin van het eerste onderzoek als proces-uren meegeteld moesten worden, evenals de wachttijd voor een tolk.
De Raad van State overwoog dat de 48-uurs-termijn aanvangt bij het begin van het eerste onderzoek van de eerste fase en dat wachttijden voorafgaand daaraan, zoals de maximale wachttijd van vier uur in het aanmeldcentrum, niet als proces-uren gelden. Ook het wachten op een tolk wordt niet als proces-uren aangemerkt, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt, hetgeen niet het geval was.
Daarmee faalden alle griefen van appellant en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.