ECLI:NL:RVS:2002:AE8487
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit raad voor rechtsbijstand inzake mutatie toevoeging loonvordering
Appellante had een definitieve toevoeging ontvangen voor rechtsbijstand inzake een loonvordering, welke later door het bureau rechtsbijstandvoorziening administratief was gemuteerd in een voorwaardelijke toevoeging. Het bureau weigerde vervolgens de voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve, omdat het inkomen van appellante na beëindiging van de rechtsbijstand boven de wettelijke inkomensgrens lag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij de kosten van rechtsbijstand anders had verhaald indien zij had geweten dat zij deze zelf moest betalen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het bureau onrechtmatig had gehandeld door de initiële definitieve toevoeging om te zetten in een voorwaardelijke zonder geldige grond zoals genoemd in de wet.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de raad voor rechtsbijstand en het vonnis van de rechtbank voor zover deze de weigering bevestigden. Tevens werd bepaald dat de eerdere besluiten van het bureau tot intrekking van de toevoegingen zijn ingetrokken. De Afdeling bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van de raad voor rechtsbijstand tot weigering omzetting van de toevoeging is deels vernietigd.