ECLI:NL:RVS:2002:AE8492
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Dolman
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering vergunning peuren in beschermd natuurmonument Zwarte Meer
Appellante, de Peurvereniging K.IJ.G., had een vergunning aangevraagd om te mogen peuren in bepaalde gesloten delen van het beschermd natuurmonument Zwarte Meer. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wees deze aanvraag af omdat peuren een verstorende activiteit is die de noodzakelijke rust voor diverse vogelsoorten verstoort.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het peuren zonder vergunning verboden is op grond van artikel 12 van Pro de Natuurbeschermingswet. Uit eerdere uitspraken blijkt dat peuren, vooral in de avond en nacht, een verstorend effect heeft op de natuurwaarden van het gebied. Het aangevoerde rapport van appellante bracht geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel leiden.
Het beleid van verweerder is gericht op het beschermen van de rust in het natuurmonument, wat in redelijkheid zwaarder weegt dan het belang van appellante bij het peuren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de beroepsvisserij niet plaatsvindt in de gesloten delen waar peuren wel plaatsvindt.
De Afdeling concludeert dat het besluit niet in strijd is met wettelijke of algemene rechtsbeginselen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor peuren in het beschermd natuurmonument Zwarte Meer is ongegrond verklaard.