Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2002:AE8506

Raad van State

Datum uitspraak
9 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200200884/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T.M.A. Claessens
  • G.A.A.M. Boot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 planvoorschriften bestemmingsplan Centrum VianenArt. 44 WoningwetArt. 8:26 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging bouwvergunning wegens strijd met bestemmingsplan

Burgemeester en wethouders van Vianen verleenden op 14 maart 2000 een bouwvergunning voor het aanpassen van een plat dak met looppad en trap op een uitbouw van een pand. Deze uitbouw overschreed de in het bestemmingsplan aangegeven bouwgrenzen. Partijen maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college op 6 september 2000 werd afgewezen. De rechtbank te Dordrecht verklaarde het beroep van partijen gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.

Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 3 september 2002 en oordeelde dat het bouwplan in strijd was met artikel 4 van Pro het bestemmingsplan Centrum Vianen, aangezien de bouwwerken buiten de toegestane bouwgrenzen lagen. Dit leidde tot de conclusie dat burgemeester en wethouders geen vergunning hadden mogen verlenen op grond van artikel 44 van Pro de Woningwet.

De Raad van State verwierp de argumenten van appellant in hoger beroep en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

200200884/1.
Datum uitspraak: 9 oktober 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank te Dordrecht van 4 januari 2002 in het geding tussen:
[partijen], beiden wonend te [woonplaats]
en
burgemeester en wethouders van Vianen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 maart 2000 hebben burgemeester en wethouders van Vianen (hierna: burgemeester en wethouders) aan appellant bouwvergunning verleend voor het veranderen van een plat dak van een uitbouw van het pand [locatie] te [plaats] in een plat dak met looppad en trap.
Bij besluit van 6 september 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door [partijen] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 14 maart 2000, onder aanvulling van de motivering, gehandhaafd. Het besluit van 6 september 2000 en het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften van 24 augustus 2000, waarnaar in dat besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 4 januari 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Dordrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door [partijen] ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 12 februari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 13 februari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 21 mei 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie ingediend.
Met toepassing van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn [partijen] in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Zij hebben te kennen gegeven van deze gelegenheid gebruik te willen maken.
Bij brief van 18 juni 2002 hebben [partijen] een memorie ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2002, waar appellant in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door K. Schoof en T.W. Tuenter, beiden ambtenaar der gemeente, en [partijen] in persoon en bijgestaan door mr. A.H. Blok, advocaat te Utrecht, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, onder h, van de planvoorschriften behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Centrum Vianen’ – voor zover hier van belang – mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd binnen de op de plankaart aangegeven bouwgrenzen.
2.2. Het bouwplan voorziet in het aanbrengen van bouwwerken aan en op een uitbouw.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat deze uitbouw de ter plaatse geldende bebouwingsgrens overschrijdt.
De beoogde bouwwerken zijn eveneens buiten de op de plankaart aangegeven bouwgrenzen gelegen.
De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat het bouwplan als strijdig met het bestemmingsplan dient te worden aangemerkt en dat ingevolge artikel 44 van Pro de Woningwet burgemeester en wethouders voor dit bouwplan geen bouwvergunning hadden mogen verlenen.
2.3. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.
w.g. Claessens w.g. Boot
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2002
202.