ECLI:NL:RVS:2002:AE8998
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- B.J. van Ettekoven
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gelijkwaardigheid buitenlandse Master-opleiding voor het voeren van de titel ingenieur
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Informatie Beheer Groep (IBG) om hun verzoeken om de titel ingenieur te mogen voeren af te wijzen. De IBG stelde dat de gevolgde Master-opleiding in het Verenigd Koninkrijk onvoldoende gelijkwaardig was aan de Nederlandse universitaire opleiding, mede omdat appellanten slechts het laatste jaar van een vijfjarige opleiding volgden na een hbo-opleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de IBG binnen haar beoordelingsvrijheid een normatieve beoordeling maakt van de gelijkwaardigheid van opleidingen, waarbij het opleidingstraject en de nominale studieduur een belangrijke rol spelen.
Appellanten voerden aan dat het eindniveau bepalend moet zijn en dat zij een unieke situatie hadden vanwege een uitwisselingsprogramma, maar de Afdeling oordeelde dat dit onvoldoende aanleiding gaf om van de vaste gedragslijn van de IBG af te wijken. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing bevestigt het belang van een objectieve en normatieve toetsing van buitenlandse opleidingen bij het toekennen van Nederlandse beschermde titels.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot het voeren van de titel ingenieur wordt bevestigd.