ECLI:NL:RVS:2002:AE9031
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af omdat zij geen reis- of identiteitspapieren kon overleggen en onvoldoende aannemelijk maakte dat het ontbreken daarvan niet aan haar was toe te rekenen. Tevens was haar kennis van Afghanistan en de lokale omstandigheden zeer beperkt, waardoor het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter de juiste toets niet had toegepast. De vraag was niet of de vreemdeling daadwerkelijk Afghaans was, maar of de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij Afghaanse nationaliteit heeft. Gezien het gebrek aan documenten en de ontoereikende kennis over Afghanistan was dit standpunt redelijk. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.