ECLI:NL:RVS:2002:AE9183
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit ontzegging verblijf in raadsvergadering wegens ordeverstoring
Appellant werd door de gemeenteraad van Brunssum het verdere verblijf in de raadsvergadering ontzegd op grond van artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, omdat hij de geregelde gang van zaken zou hebben belemmerd. De raad verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarna de rechtbank Maastricht het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de raad niet had aangegeven welke gedragingen de orde hadden verstoord. Tevens stelde hij dat de rechtmatigheid van de voorafgaande ontneming van het woord meegewogen had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er voldoende grond was voor het besluit van de raad. De notulen van de raadsvergadering en het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften boden een gedetailleerde en duidelijke motivering. Ook was het besluit redelijk en proportioneel, mede gezien het falen van minder ingrijpende handhavingsmiddelen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontzegging van het verblijf in de raadsvergadering wordt bevestigd.