ECLI:NL:RVS:2002:AE9185
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- T.M.A. Claessens
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek planschadevergoeding na bestemmingsplanwijziging
Appellanten, eigenaren van een woning te Oostvoorne, verzochten vergoeding van schade als gevolg van het bestemmingsplan “De Warande” dat op 31 mei 1996 onherroepelijk werd. Zij stelden dat de wijziging leidde tot geluidsoverlast, inkijk en waardevermindering van hun woning. De gemeenteraad wees het verzoek af en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een onjuiste uitleg gaf aan artikel 31 van Pro het bestemmingsplan, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. De Raad bevestigde dat appellanten niet in een slechtere planologische situatie zijn gekomen die schade rechtvaardigt. Het uitzicht en de privacy zijn volgens de Raad niet wezenlijk verslechterd en het taxatierapport maakt geen planologische verslechtering aannemelijk.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situatie van appellanten niet vergelijkbaar is met die van een andere woning waarvoor wel vergoeding is toegekend. De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.