ECLI:NL:RVS:2002:AE9186
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Toepassing bestuursdwang wegens overtreding opslagvoorschriften gevaarlijke stoffen
Appellante, een besloten vennootschap, werd bestuursdwang opgelegd door burgemeester en wethouders van Susteren vanwege het opslaan van gevaarlijke stoffen en bestrijdingsmiddelen in grotere hoeveelheden dan toegestaan volgens het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer. De bestuursdwang werd ingezet nadat appellante niet binnen gestelde termijn had voldaan aan de voorschriften.
Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met het motiverings- en evenredigheidsbeginsel en dat op de datum van bestuursdwangtoepassing al aan de voorschriften was voldaan. Tevens stelde zij dat alternatieve bestuursdwangmaatregelen mogelijk waren en verzocht vergoeding van de bestuursdwangkosten.
De Raad oordeelde dat de bestuursdwang terecht was toegepast omdat de opslag feitelijk voor het publiek toegankelijk was en de hoeveelheden gevaarlijke stoffen de toegestane limieten overschreden. De wijze van opslag bracht brand- en milieugevaren met zich mee, en de korte termijn voor verplaatsing was onvoldoende reden om bestuursdwang achterwege te laten.
De Raad verwierp de bezwaren van appellante, oordeelde dat de gegeven termijn voor maatregelen toereikend was en wees het beroep af. De kosten van bestuursdwang kunnen niet in deze procedure worden behandeld. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.