ECLI:NL:RVS:2002:AE9188
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging last onder dwangsom wegens overtreding Lozingenbesluit glastuinbouw
Appellante, een glastuinbouwbedrijf, kreeg van het Hoogheemraadschap van Delfland lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van het Lozingenbesluit. Deze lasten betroffen het lozen van hemelwater en verontreinigd drainagewater zonder de vereiste opvangvoorzieningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerders bevoegd waren om handhavend op te treden, maar dat zij zich onjuist hadden opgesteld door geen onderscheid te maken tussen bedrijfseigen en bedrijfsvreemd drainagewater. Dit leidde tot vernietiging van het besluit voor zover het de last onder dwangsom inzake overtreding van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder f, van het Lozingenbesluit betreft.
Verder werd het beroep voor het overige ongegrond verklaard, met name ten aanzien van het lozen van hemelwater zonder opvangvoorziening. De Afdeling besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding en veroordeelde het Hoogheemraadschap in de proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering en het maken van onderscheid in handhavingsbeleid bij milieuregelgeving, en benadrukt het recht van appellante op een deugdelijke beoordeling van haar bezwaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd; het onderzoek naar schadevergoeding wordt heropend.