ECLI:NL:RVS:2002:AE9193
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dwangsom wegens illegale bewoning bedrijfsloods na verlopen tijdelijke bouwvergunning
Burgemeester en wethouders van Helden legden appellant een dwangsom op om de aanwezigheid van een woning in een bedrijfsloods te beëindigen, omdat de tijdelijke bouwvergunning was verlopen. Appellant maakte bezwaar en het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat de vergunning geen formele rechtskracht had en dat het besluit onzorgvuldig was genomen.
De Raad van State oordeelde dat de tijdelijke bouwvergunning van vijf jaar uit 1994 rechtens onaantastbaar was geworden omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt. De bevoegdheid van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden vloeit voort uit het verlopen van de instandhoudingstermijn van de vergunning en het bestemmingsplan dat wonen op het industrieterrein verbiedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat burgemeester en wethouders onvoldoende aandacht hadden besteed aan het feit dat appellant zich voorafgaand aan de aankoop van de loods had laten informeren over de gebruiksmogelijkheden en niet was geïnformeerd over het tijdelijke karakter van de vergunning. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom de woning in tegenstelling tot andere woningen de ontwikkeling van het industrieterrein zou belemmeren.
Daarom werd het besluit vernietigd en werd burgemeester en wethouders opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot oplegging van een dwangsom wordt vernietigd en burgemeester en wethouders worden opgedragen een nieuw besluit te nemen.