ECLI:NL:RVS:2002:AE9195
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning verzamelen en overladen handelskalveren wegens onvoldoende onderzoek geluidhinder
Bij besluit van 11 september 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Elburg een revisievergunning voor een rundveehouderij. Hiertegen stelden drie appellanten beroep in, onder meer vanwege vermeende stank- en geluidshinder en onjuiste toepassing van omrekeningsfactoren voor mestvarkeneenheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunningverlening voor het veebestand en de afstand tot omliggende woningen rechtmatig was, mede omdat het aantal mestvarkeneenheden afnam ten opzichte van de onderliggende vergunning. Ook werd vastgesteld dat het verplaatsen van dieren binnen de stal geen verlating van de aanvraaggrondslag vormde.
Echter, de vergunning voor het verzamelen en overladen van handelskalveren werd vernietigd omdat verweerders nagelaten hadden onderzoek te verrichten naar de geluidhinder die deze activiteiten veroorzaken, terwijl de woningen in de directe nabijheid liggen. Dit is in strijd met de zorgvuldigheidsplicht uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De beroepen van appellanten sub 2 en 3 werden geheel gegrond verklaard, die van appellante sub 1 gedeeltelijk. Verweerders werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 1. De overige onderdelen van het beroep werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor het verzamelen en overladen van handelskalveren is vernietigd wegens het ontbreken van onderzoek naar geluidhinder; overige vergunningonderdelen blijven in stand.