ECLI:NL:RVS:2002:AE9204
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- E.A. Alkema
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing ligplaats recreatievaartuig in Utrecht
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Utrecht om een ontheffing om met zijn sloep een ligplaats in te nemen aan een specifieke locatie. Dit verzoek werd op 6 november 2000 afgewezen op grond van de Havenverordening Utrecht 1995. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 20 maart 2001 ongegrond verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het daarop ingestelde beroep van appellant eveneens ongegrond bij uitspraak van 4 februari 2002.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn sloep als woonschip moest worden aangemerkt, wat ontheffing mogelijk zou maken. De Raad van State oordeelde echter dat de sloep niet voldoet aan de definitie van een woonschip zoals omschreven in artikel 1.1.1 van de Havenverordening, omdat het vaartuig niet over een opbouw beschikt. Hierdoor kon burgemeester en wethouders geen ontheffing verlenen voor een woonschip.
De Raad van State zag daarom geen aanleiding om de overige grieven te behandelen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ontheffing bevestigd.