ECLI:NL:RVS:2002:AE9209
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H. Lauwaars
- J.J.C. Voorhoeve
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning beroepsvisserij in beschermde natuurgebieden vanwege onvoldoende beoordeling verstoring vogels
De zaak betreft een beroep van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels tegen een besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dat een vergunning verleende voor beroepsvisserij in beschermde natuurgebieden in het Haringvliet, waaronder het staatsnatuurmonument Ventjagersplaat en het beschermd natuurmonument Korendijkse Slikken.
Appellante stelde dat de vergunning het vissen met fuiken toestond in gebieden die als rust- en foerageergebied voor watervogels dienen, met name in de maanden juli en augustus wanneer het gebied voor publiek gesloten is. Zij betoogde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijke significante gevolgen van de visserij voor de vogels en dat geen passende beoordeling in de zin van de Habitatrichtlijn was verricht.
De Raad van State oordeelde dat artikel 12 van Pro de Natuurbeschermingswet richtlijnconform moet worden geïnterpreteerd en dat de vergunningverlening moet voldoen aan de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn. De Staatssecretaris had onvoldoende onderzocht in hoeverre de visserij de vogels verstoort en had ten onrechte bedrijfseconomische belangen meegewogen. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover de bezwaren van appellante ongegrond waren verklaard.
De Raad van State gelastte tevens dat de Staat het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor beroepsvisserij in beschermde natuurgebieden is gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van verstoring van vogels.