ECLI:NL:RVS:2002:AE9215
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Korthals Altes
- J.A.M. van Angeren
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking ontheffing reclamebord wegens onvoldoende motivering en schending beginselen behoorlijk bestuur
Burgemeester en wethouders van Hoogeveen trokken in 1999 een eerder verleende vergunning voor het plaatsen van een reclamebord in, omdat zij van mening waren dat het bord schadelijk was voor de schoonheid van het landschap. Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde vervolgens de beslissing op bezwaar wegens onvoldoende motivering van het standpunt dat het bord schadelijk zou zijn voor het landschap.
Na een nieuwe beslissing op bezwaar die opnieuw tot afwijzing leidde, stelde appellante beroep in bij de rechtbank, dat werd afgewezen. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het afzien van hoger beroep tegen de eerste uitspraak en het afwachten van een nieuwe beslissing op bezwaar geen beletsel vormt om eerdere gronden opnieuw aan de rechter voor te leggen.
De Afdeling stelde vast dat burgemeester en wethouders hun bevoegdheid tot intrekking niet zorgvuldig hadden uitgeoefend, omdat zij onvoldoende rekening hadden gehouden met de door appellante geleden schade en geen deugdelijke motivering hadden gegeven voor de overgangstermijn en compensatie. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van burgemeester en wethouders van 24 april 2001 vernietigd. De gemeente werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de vergunning voor het reclamebord wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.