ECLI:NL:RVS:2002:AE9216
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing subsidie verrekenbaar meerwerk schilverbetering woningen Rotterdam
Appellante, een besloten vennootschap gevestigd te Den Haag, maakte bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Rotterdam inzake de vaststelling van subsidie voor schilverbetering van woningen en bedrijfsruimten aan de Waterloostraat. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij mocht vertrouwen op subsidie voor de kosten van meerwerk, welke na cessie aan het moederbedrijf was voldaan.
De Raad van State overwoog dat de goedkeuring van meerwerkkosten niet slechts een controle-instrument is, maar ook kan leiden tot een verhoging van het toegekende subsidiebedrag. De kosten van het verrekenbare meerwerk waren ten onrechte niet bij de subsidievaststelling betrokken. Verder was niet gebleken dat de vierde termijn van betaling daadwerkelijk was voldaan of dat verrekening met toestemming van de aannemer had plaatsgevonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van burgemeester en wethouders voor zover het de verrekenbare meerwerkkosten betreft, en bevestigde de uitspraak voor het overige. Tevens veroordeelde zij de gemeente Rotterdam tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit en de uitspraak worden vernietigd voor zover het de verrekenbare meerwerkkosten betreft.