ECLI:NL:RVS:2002:AE9518

Raad van State

Datum uitspraak
30 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200200388/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • W. Konijnenbelt
  • W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
  • H. Borstlap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 82 Wet geluidhinderArt. 83 Wet geluidhinderArt. 87 Wet geluidhinder
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar hogere geluidswaarden Wet geluidhinder

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft bij brief van 26 oktober 2000 een verzoek ingediend om hogere waarden voor de geluidsbelasting vast te stellen voor woningen aan de IJweg en Hoofdweg te Nieuw Vennep in verband met de aanleg van de Bennebroekerweg. Gedeputeerde staten van Noord-Holland hebben niet binnen de wettelijke termijn van 13 weken een besluit genomen, waardoor het verzoek geacht werd te zijn ingewilligd.

Appellant, wonende aan een locatie te Nieuw Vennep waarvoor geen hogere waarde was vastgesteld, maakte bezwaar tegen dit besluit. Gedeputeerde staten verklaarden dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat het besluit geen betrekking had op de woning van appellant en er geen bijzondere rechtsbetrekking was aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

200200388/1.
Datum uitspraak: 30 oktober 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
gedeputeerde staten van Noord-Holland,
verweerders.
1. Procesverloop
Bij brief van 26 oktober 2000, door verweerders ontvangen op 27 oktober 2000, heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verweerders verzocht om vaststelling van hogere waarden als bedoeld in artikel 83 van Pro de Wet geluidhinder.
Bij brief van 23 april 2001 hebben verweerders aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer medegedeeld dat het verzoek ingevolge artikel 87, vierde lid, van de Wet geluidhinder geacht moet worden te zijn ingewilligd.
Bij besluit van 4 december 2001, verzonden op 11 december 2001, hebben verweerders het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 21 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2002, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 februari 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2002, waar verweerders, vertegenwoordigd door mr. H.T. Ziengs, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Wet geluidhinder is behoudens het in de artikelen 82a, 83, en 100a bepaalde, de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, 50 dB(A).
Ingevolge artikel 83, eerste lid, van de Wet geluidhinder, voorzover hier van belang, kunnen gedeputeerde staten in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, eerste lid, een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen.
Ingevolge artikel 87, tweede lid, van de Wet geluidhinder beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in artikel 83, eerste lid, binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
Ingevolge artikel 87, vierde lid, onder a, van de Wet geluidhinder wordt een verzoek geacht te zijn ingewilligd indien gedeputeerde staten niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn een besluit met betrekking tot het verzoek hebben bekendgemaakt.
2.2. Bij de brief van 26 oktober 2000 is verzocht om vaststelling van een hogere toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 83 van Pro de Wet geluidhinder voor vier woningen aan de IJweg en twee woningen aan de Hoofdweg te Nieuw Vennep in verband met de aanleg van de nieuwe Bennebroekerweg. Vaststaat dat verweerders niet binnen 13 weken na ontvangst van dit verzoek daarop hebben beslist. Op grond van artikel 87, vierde lid, onder a, van de Wet geluidhinder moet het verzoek derhalve worden geacht te zijn ingewilligd.
2.3. Het bestreden besluit strekt onder meer tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van appellant.
Appellant woont aan de [locatie] te Nieuw Vennep. Voor deze woning is geen hogere waarde als bedoeld in artikel 83 van Pro de Wet geluidhinder vastgesteld. Het primaire besluit heeft derhalve geen betrekking op deze woning. Voorts is niet gesteld of gebleken dat er een bijzondere, rechtens te erkennen relatie bestaat tot een of meer woningen waarvoor de ten hoogste toelaatbare waarden van de geluidsbelasting vanwege de weg zijn vastgesteld. Hieruit volgt dat de belangen van appellant niet rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken. Verweerders hebben zijn bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
2.4. Het beroep is ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd en drs. H. Borstlap, Leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Visser
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2002
148.