ECLI:NL:RVS:2002:AE9530
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- A. Kosto
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering schadevergoeding op grond van de Natuurbeschermingswet voor vermogensschade aan landgoed
Appellanten, gezamenlijk eigenaar van een landgoed in het beschermd natuurmonument 'Kop van Schouwen', vorderden schadevergoeding wegens inkomens- en vermogensschade door beperkingen opgelegd bij een jachtvergunning. De Minister kende eerder een beperkte inkomensschadevergoeding toe voor de periode 1993-1995. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep daarop deels gegrond en deels ongegrond.
In het bestreden besluit wees de Staatssecretaris de vergoeding van vermogensschade af, stellende dat sprake was van een tijdelijke beperking en geen waardevermindering van het landgoed. Advies van deskundigen bevestigde dat de waardevermindering niet aannemelijk was. Appellanten betoogden dat het verlies van jachtgenot een definitieve waardevermindering betekende, waarvoor een reconstructieschadeloosstelling passend zou zijn.
De Afdeling oordeelde dat de deskundigenrapporten niet aansluiten bij de door haar aangegeven rekenmethode en dat niet is gebleken van vermogensschade die redelijkerwijs niet voor rekening van appellanten behoort te blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van schadevergoeding voor vermogensschade wordt ongegrond verklaard.