ECLI:NL:RVS:2002:AE9862
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- K. Brink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning uitbreiding verwerkingscapaciteit putvetten Rendac Bergum B.V.
Verweerders hebben aan Rendac Bergum B.V. een vergunning verleend voor het verhogen van de verwerkingscapaciteit van putvetten van 15.000 naar 40.000 ton per jaar, met flexibiliteit in grondstofkeuze. Appellanten stelden dat verweerders onvoldoende hun overwegingen hadden gemotiveerd en dat de uitbreiding zou leiden tot meer geurbelasting.
De Afdeling constateerde dat de ingediende bedenkingen deels te laat waren en deels betrekking hadden op ingetrokken onderdelen van de aanvraag, waardoor deze terecht buiten beschouwing werden gelaten. Uit het milieu-effectrapport bleek dat de totale hoeveelheid te verwerken grondstoffen niet zou toenemen, zodat een toename van geurhinder niet aannemelijk was.
Verder oordeelde de Afdeling dat de verwerking van putvetten samen met hoog-risico-materiaal niet was toegestaan en dat vermeende overtredingen in het verleden en toekomst geen grond voor vernietiging van de vergunning vormden, maar handhavingskwesties betreffen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor uitbreiding van de verwerkingscapaciteit putvetten is ongegrond verklaard.