ECLI:NL:RVS:2002:AE9875
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking huursubsidie over 1992/1993 wegens onvoldoende bewijs duurzaam samenwonen
Appellant had huursubsidie aangevraagd voor de tijdvakken 1992/1993 en 1995/1996. De Staatssecretaris trok deze subsidies in en legde een boete op, omdat uit een rechercheonderzoek bleek dat appellant op 1 juli 1992 duurzaam samenwoonde met een ander, wat volgens de wet uitsluiting van subsidie betekende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het rechercherapport onvoldoende gemotiveerd is en geen aandacht besteedde aan het door de verhuurder ingevulde en ondertekende formulier waaruit bleek dat de samenwoning was beëindigd. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er op 1 juli 1992 sprake was van duurzaam samenwonen.
Voor het tijdvak 1995/1996 volgt de Raad van State de rechtbank en wijzigt het oordeel niet. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd voor 1992/1993, en het primaire besluit wordt herroepen. Tevens wordt het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van huursubsidie over 1992/1993 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van duurzaam samenwonen.