ECLI:NL:RVS:2002:AE9877
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning milieubeheer wegens onduidelijke geurnorm en voorschriften
Bij besluit van 20 september 2001 verleenden gedeputeerde staten van Overijssel een milieuvergunning aan Noviterra V.O.F. voor een composteringsinrichting in Markelo. Diverse appellanten, waaronder omwonenden en een BV, maakten bezwaar tegen deze vergunning, met name vanwege geurhinder en milieueffecten.
De Raad van State beoordeelde onder meer de vraag of een milieu-effectrapportage verplicht was, de juistheid en volledigheid van het geuronderzoek, de geurnormen en de voorschriften in de vergunning. De Afdeling oordeelde dat de activiteiten niet de drempelwaarde voor een milieu-effectrapportage overschreden en dat het geuronderzoek, ondanks enkele kritiekpunten, voldoende inzicht gaf in de geurbelasting.
Wel werd geoordeeld dat de geurnorm in voorschrift 6.1.4 onduidelijk was geformuleerd als een streefwaarde in plaats van een bindende norm, wat strijdig was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook was voorschrift 4.11 te vaag geformuleerd, wat het rechtszekerheidsbeginsel schond. Deze voorschriften werden vernietigd en de geurnorm werd aangepast. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. De provincie werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht ten behoeve van appellante sub 4.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd en de geurnorm aangepast; overige beroepen worden ongegrond verklaard.