ECLI:NL:RVS:2002:AE9894
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.E. van der Does
- C. de Gooijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning jacht op kauwen, eksters, kraaien en katten
Appellant had van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning gekregen om gedurende een jaar kauwen, eksters, zwarte kraaien en verwilderde katten te doden op zijn gronden. Deze vergunning werd later ingetrokken na bezwaar van de stichting De Faunabescherming. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van belangrijke schade die het gebruik van de vergunning rechtvaardigde. De staatssecretaris had echter in een brief duidelijk gemaakt welke criteria gehanteerd worden om van belangrijke schade te spreken. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat aan deze criteria werd voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard en bevestigde de intrekking van de vergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de jachtvergunning wordt bevestigd omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van belangrijke schade.