ECLI:NL:RVS:2002:AE9915
Raad van State
- Herziening
- R.J. Hoekstra
- A. Kosto
- G.A. Posthumus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraken inzake ontgrondingenvergunningen
Verzoekers hebben bij de Raad van State verzocht om herziening van uitspraken van 27 september 1999 waarin hun beroepen tegen weigering van ontgrondingenvergunningen door gedeputeerde staten van Groningen ongegrond werden verklaard.
Zij stelden dat gedeputeerde staten een toezegging over flankerend veiligheidsbeleid niet zijn nagekomen, en dat dit een grond voor herziening vormt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het proces-verbaal van de zitting van 13 april 1999 onderzocht en vastgesteld dat de toezegging wel degelijk is gedaan en correct is vastgelegd.
De Afdeling hechtte geen waarde aan latere ontkenningen van gedeputeerde staten, omdat deze na de uitspraak plaatsvonden en niet op de eerdere zitting aanwezig waren. Bovendien betreft het niet-naleven van toezeggingen feiten na de uitspraak, die geen grond voor herziening vormen.
Daarom concludeert de Afdeling dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot herziening kunnen leiden en wijst zij het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoeken tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraken worden afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.