ECLI:NL:RVS:2002:AF0260
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering terrasschotten wegens strijd met bestemmingsplan
Burgemeester en wethouders van Den Haag legden appellant op om binnen zes weken de glazen terrasschotten op zijn terras te verwijderen wegens het ontbreken van een bouwvergunning. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de terrasschotten geen bouwvergunningplichtig bouwwerk zouden zijn en dat alsnog een vergunning verleend kon worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de terrasschotten wel degelijk een bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet en dat voor het plaatsen ervan een bouwvergunning vereist is. Omdat deze niet is verleend, is handhavend optreden gerechtvaardigd.
Verder is vastgesteld dat legalisatie op grond van het bestemmingsplan “Scheveningen badplaats, derde herziening” niet mogelijk is omdat de terrasschotten het overdekte terras geheel afschermen en daarmee een uitbreiding van de inrichting vormen die strijdig is met de planvoorschriften. Ook bijzondere omstandigheden rechtvaardigen geen afzien van handhaving.
De Raad van State bevestigt daarom het besluit tot verwijdering van de terrasschotten en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tot verwijdering van de terrasschotten bevestigd.