ECLI:NL:RVS:2002:AF0284
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering aanlegvergunning voor uitdiepen aftakking Vollenhovekanaal
Appellante had een aanlegvergunning gevraagd voor het graven of uitdiepen van een aftakking van het Vollenhovekanaal ten behoeve van recreatieve water- en oeveractiviteiten. Burgemeester en wethouders van Noordoostpolder weigerden deze vergunning op grond van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied herziening ex art. 30 WRO Pro”, waarin de gronden de bestemming “Natuurgebied” en “Open water” hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het normale onderhoud niet beperkt is tot behoud van natuurwaarden en dat niet is komen vast te staan dat de werkzaamheden waarvoor vergunning is gevraagd binnen het normale onderhoud vielen. Daarom is een vergunning vereist.
Verder stelde de Afdeling vast dat burgemeester en wethouders onvoldoende hadden onderbouwd dat de werkzaamheden de natuurwetenschappelijke of landschappelijke waarden wezenlijk aantasten. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat het ecosysteem significant wordt beïnvloed. Het feit dat het gebied deel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur betekent niet automatisch dat de werkzaamheden schadelijk zijn. De motivering van het besluit op bezwaar ontbrak aan deugdelijkheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van burgemeester en wethouders en droeg hen op een nieuw besluit te nemen. Tevens werden burgemeester en wethouders veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de aanlegvergunning wordt vernietigd.