ECLI:NL:RVS:2002:AF0738
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.B. van der Meer
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen inschrijving aanduiding Nieuwe Toekomst Partij
De vereniging 'Partij van de Toekomst' stelde beroep in tegen het besluit van de Kiesraad om de aanduiding 'Nieuwe Toekomst Partij (NTP)' toe te laten voor de Tweede Kamerverkiezingen. Appellante stelde dat de aanduiding taalkundig overeenkomt met haar eigen geregistreerde aanduiding en daardoor verwarring kan ontstaan.
De Raad van State oordeelde dat de taalkundige gelijkenis niet relevant is voor de weigeringsgrond in artikel G 1, vierde lid, van de Kieswet, die alleen ziet op aanduidingen die geheel of in hoofdzaak overeenstemmen en daardoor verwarring kunnen veroorzaken. In dit geval was daarvan geen sprake, zodat het beroep ongegrond werd verklaard.
De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer, waarbij partijen en gemachtigden werden gehoord. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2002.
Uitkomst: Het beroep van de Partij van de Toekomst tegen de inschrijving van de aanduiding 'Nieuwe Toekomst Partij (NTP)' is ongegrond verklaard.