ECLI:NL:RVS:2002:AF0809
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.A. Alkema
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens niet-gebruik vergunning
De burgemeester van Maastricht trok op 31 mei 2000 de exploitatievergunning van appellant sub 2 voor de coffeeshop 'New Orleans' in en sloot deze op 7 juni 2000 voor onbepaalde tijd. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit op 28 februari 2002 en gaf appellant sub 2 gelijk, stellende dat de aanwezigheidsverplichting in de vergunning niet betekende dat de vergunning niet werd gebruikt, ook al was de coffeeshop verkocht.
De Raad van State oordeelde echter dat de vergunning persoonsgebonden is en dat appellant sub 2 na verkoop van de coffeeshop op 4 januari 1995 geen gebruik meer maakte van de vergunning. De burgemeester mocht daarom de vergunning intrekken op grond van artikel 1.6 van de APV wegens het niet-gebruiken binnen een redelijke termijn.
De Raad verwierp het beroep van appellant sub 2 als niet-ontvankelijk en verklaarde het hoger beroep van de burgemeester gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellant sub 2 ongegrond verklaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de intrekking en sluiting van de coffeeshop in de weg stonden.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning en de sluiting van de coffeeshop worden bevestigd wegens niet-gebruik van de vergunning binnen een redelijke termijn.