ECLI:NL:RVS:2002:AF0810
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.P. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand door Raad voor Rechtsbijstand
Appellant had bij het bureau rechtsbijstandsvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand een verzoek ingediend om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Dit verzoek werd op 15 februari 2001 afgewezen. Vervolgens verklaarde de Raad voor Rechtsbijstand het administratief beroep van appellant ongegrond en bevestigde de rechtbank 's-Gravenhage deze beslissing bij uitspraak van 19 maart 2002.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 7 november 2002 verscheen appellant in persoon. De Raad van State overwoog dat het hoger beroep neerkwam op een herhaling van eerdere argumenten die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is het besluit van het bureau rechtsbijstandsvoorziening definitief dat het verzoek om toevoeging niet wordt toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging is bevestigd.