ECLI:NL:RVS:2002:AF0836
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering intrekking vergunning lozing afvalwater op Maas
Appellant, waterschap De Maaskant, verzocht om intrekking van een vergunning verleend in 1987 voor het lozen van afvalwater op de rivier de Maas vanuit de rioolwaterzuiveringsinrichting "Land van Cuijk" te Haps. Verweerder, de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, wees dit verzoek af omdat het effluent volgens hem nog steeds vergunningplichtig op de Maas werd geloosd.
Appellant stelde dat het effluent niet langer direct op de Maas wordt geloosd, maar op een nieuw vijverstelsel binnen het eigen beheersgebied, dat als oppervlaktewater moet worden aangemerkt. Verweerder betoogde dat het vijverstelsel onderdeel is van het zuiveringstechnisch werk en dus geen oppervlaktewater is.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het vijverstelsel, bestaande uit afvoersloot, buffervijvers en afvoervijver, wel degelijk oppervlaktewater is omdat het een normaal ecosysteem bevat en in verbinding staat met de Maas. Hierdoor is geen vergunning meer nodig voor lozing op de Maas. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de vergunning ingetrokken.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering intrekking vergunning wordt vernietigd en de vergunning wordt ingetrokken.