ECLI:NL:RVS:2002:AF1418
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning snackbar wegens drugsrunners en leefklimaatverstoring
Appellant verzocht om een exploitatievergunning voor een snackbar, welke door de burgemeester van Rotterdam werd geweigerd en later ingetrokken op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Na diverse procedures, waaronder een eerdere vernietiging van een uitspraak door de Afdeling bestuursrechtspraak, werd het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond verklaard en het beroep door de rechtbank afgewezen.
In hoger beroep stelt appellant dat de burgemeester ten onrechte de vergunning heeft ingetrokken op basis van artikel 2.3.6, vierde lid, aanhef en onder f, van de APV, en dat alleen artikel 2.3.6, vierde lid, aanhef en onder c, van toepassing zou zijn. De Raad oordeelt echter dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat beide gronden kunnen worden toegepast en dat de aanwezigheid van drugsrunners in de snackbar of op het terras het leefklimaat aantast.
De Raad stelt vast dat het niet noodzakelijk is dat appellant ernstig nalatig is geweest om de vergunning in te trekken op grond van onder f. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die de burgemeester hadden moeten weerhouden van het intrekken van de vergunning. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning voor de snackbar wordt bevestigd wegens aanwezigheid van drugsrunners die het leefklimaat verstoren.