ECLI:NL:RVS:2002:AF1434
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning Kernenergiewet voor radioactieve stoffen in elektriciteitscentrale
De zaak betreft beroepen van twee stichtingen tegen een besluit van 18 mei 2001 waarbij een vergunning en ontheffing zijn verleend aan een besloten vennootschap voor het voorhanden hebben, toepassen en zich ontdoen van radioactieve stoffen bij het vergassen en verbranden van steenkool in een elektriciteitscentrale.
Appellanten stelden onder meer dat het ALARA-beginsel niet juist was toegepast, dat informatie over secundaire brandstoffen ontbrak en dat de vergunning niet voldeed aan Europese richtlijnen. De Raad van State oordeelde dat delen van de beroepen niet-ontvankelijk waren omdat niet tijdig bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. De overige gronden werden inhoudelijk beoordeeld en verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat het ALARA-beginsel betrekking heeft op beschermingsmaatregelen en niet op de gegevens bij de vergunningaanvraag, en dat de vergunningplicht correct was toegepast. Ook het ontbreken van informatie over secundaire brandstoffen en de vermeende schending van de Euratom-richtlijn werden niet gegrond verklaard.
De Raad van State concludeerde dat de beroepen deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond zijn en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen zijn deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond; het vergunningbesluit blijft in stand.