ECLI:NL:RVS:2002:AF1469
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- R.J. Hoekstra
- J.J.C. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging vergunning ontgronding voor forellenkwekerij in overeenstemming met provinciaal beleid
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot wijziging van een ontgrondingsvergunning voor een perceel ten behoeve van een forellenkwekerij. Zij stelden dat het besluit niet strookte met het provinciaal beleid, onvoldoende was onderbouwd omtrent de noodzakelijke ontgrondingsdiepte, en dat de ontgronding negatieve gevolgen zou hebben voor grondwaterstanden en omwonenden.
De Raad van State overwoog dat de vergunning oorspronkelijk in 1990 was verleend voor het realiseren van een waterbergingsvijver met een diepte tot 13 meter, essentieel voor de viskwekerij. Het onderzoek van het RIVO toonde aan dat een diepte van minimaal 8 à 10 meter noodzakelijk is voor temperatuurregulatie via thermische stratificatie, en dat de huidige diepte gehandhaafd kon worden. Het provinciaal beleid, gericht op functionele ontgrondingen gekoppeld aan maatschappelijke projecten, werd niet geschonden.
Verder achtte de Afdeling de bezwaren over grondwaterstand en geluidsoverlast niet aannemelijk of relevant binnen deze vergunningprocedure. De herplantplicht uit de Boswet valt buiten het bestreden besluit en kon niet worden getoetst. De Afdeling concludeerde dat het besluit niet in strijd is met wettelijke of algemene rechtsbeginselen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de ontgrondingsvergunning wordt ongegrond verklaard.