ECLI:NL:RVS:2002:AF1473
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering urgentieverklaring wegens tijdsverloop en onvoldoende medische noodzaak
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Alkmaar om een urgentieverklaring op grond van onvrijwillige dakloosheid en medische noodsituatie. De gemeente wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat eveneens ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde deze besluiten. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens de huisvestingsverordening urgentieverklaringen alleen worden toegekend aan woningzoekenden die buiten eigen schuld in een acute noodsituatie verkeren. Hoewel appellant stelde dat zijn dakloosheid onvrijwillig was, oordeelde de Afdeling dat het tijdsverloop tussen de dakloosheid in 1999 en de aanvraag in 2001 te lang was om urgentie te rechtvaardigen. Ook ontbrak een voldoende direct verband tussen de woonomstandigheden en de medische situatie van appellant, ondanks een verklaring van zijn psychiater.
Verder was niet gebleken dat appellant een bijzondere positie had ten opzichte van andere woningzoekenden die een urgentieverklaring zou rechtvaardigen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de urgentieverklaring wordt bevestigd.