ECLI:NL:RVS:2002:AF1479
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit hogere geluidgrenswaarden voor woningen nabij industrieterrein Maascentrale
De zaak betreft het besluit van gedeputeerde staten van Limburg van 21 maart 2000 waarbij hogere geluidgrenswaarden werden vastgesteld voor woningen in de omgeving van het industrieterrein Maascentrale en het nieuwe industrieterrein Windmolenbos. Appellanten, waaronder een stichting en individuele bewoners, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de stichting niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zij geen bijzondere, rechtens te erkennen relatie heeft met de betrokken woningen. Hierdoor had het bezwaarschrift van de stichting niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Daarnaast is vastgesteld dat gedeputeerde staten onvoldoende hebben gemotiveerd of de gecumuleerde geluidbelasting, berekend met de methode Miedema, niet leidt tot een onaanvaardbare situatie, wat strijdig is met de motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht.
Verder zijn de berekeningen van het akoestisch rapport juist bevonden, waarbij geluid van weg- en spoorverkeer en andere bronnen correct buiten beschouwing zijn gelaten. Ook is geoordeeld dat het vaststellen van hogere grenswaarden binnen de wettelijke kaders is gebeurd, en dat de beperkte mogelijkheden voor geluidsreductie adequaat zijn onderzocht.
De Raad vernietigt het besluit voor zover het de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift van de stichting betreft en de vaststelling van hogere grenswaarden voor de woningen van appellanten. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Tevens worden gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden wordt vernietigd voor zover het bezwaarschrift van de stichting ontvankelijk is verklaard en hogere grenswaarden zijn vastgesteld voor de woningen van appellanten.