ECLI:NL:RVS:2002:AF1482
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen milieuvergunning zand- en grindwinning Bakelse Plassen
Bij besluit van 16 oktober 2001 verleenden gedeputeerde staten van Noord-Brabant een milieuvergunning aan B.V. Exploitatiemaatschappij De Peelhorst Bakel voor het winnen van zand en grind op diverse percelen te Gemert-Bakel, bekend als Bakelse Plassen. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 1 oktober 2002.
Appellante sub 1 betwistte onder meer de aan de vergunning verbonden voorschriften inzake afvalstoffenregistratie en energievoorschriften. De Afdeling oordeelde dat de voorschriften redelijk en noodzakelijk zijn ter bescherming van het milieu en dat de verschillen met andere vergelijkbare vergunningen niet tot een ander oordeel leiden. Appellant sub 2 stelde dat de gevolgen van de exploitatie en de recreatiebestemming onvoldoende waren geregeld en dat trillinghinder onvoldoende was beoordeeld. De Afdeling stelde vast dat de vergunning uitsluitend ziet op zand- en grindwinning en dat de bezwaren over recreatie en trillinghinder onvoldoende aannemelijk zijn.
De Raad van State verklaarde de beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De vergunning blijft daarmee in stand met de aan haar verbonden voorschriften.
Uitkomst: De beroepen tegen de milieuvergunning voor zand- en grindwinning te Bakelse Plassen zijn ongegrond verklaard.