ECLI:NL:RVS:2002:AF1716

Raad van State

Datum uitspraak
11 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200203852/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijzigingArt. 4 Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijziging
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak inzake geslachtsnaamwijziging na bezwaar tegen besluit staatssecretaris

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om de geslachtsnaam van zijn meerderjarige zoon te wijzigen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank te Rotterdam bevestigde dit in haar uitspraak van 6 juni 2002.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 2 december 2002 verschenen zowel appellant als de vertegenwoordiger van de staatssecretaris. Het hoger beroep betrof een herhaling van eerdere argumenten die reeds door de rechtbank waren behandeld.

De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijziging correct had toegepast, met name artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a. Er was geen sprake van een onrechtmatige voordracht aan de Kroon. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 december 2002.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200203852/1.
Datum uitspraak: 11 december 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van 6 juni 2002 in het geding tussen:
appellant
en
de staatssecretaris van Justitie.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2001 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) appellant medegedeeld dat hij de geslachtsnaam van de meerderjarige zoon [naam rechtspersoon] voor wijziging in aanmerking zal doen komen.
Bij besluit van 26 juni 2001 heeft de staatssecretaris het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 6 juni 2002 heeft de rechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank) het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, ingekomen bij de Raad van State op 16 juli 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 15 oktober 2002 heeft de staatssecretaris van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2002, waar appellant in persoon en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door J.L. Roozendaal, ambtenaar van het ministerie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het betoog van appellant in hoger beroep komt neer op een herhaling van de door hem bij de rechtbank aangevoerde en de door haar behandelde argumenten. De rechtbank heeft daarbij op goede gronden geoordeeld, dat de staatssecretaris een niet onjuiste toepassing heeft gegeven aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijziging. Er is derhalve geen grond voor het oordeel, dat de voordracht van de staatssecretaris aan de Kroon tot wijziging van de geslachtsnaam van de zoon van appellant onrechtmatig zou zijn.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.J.J.M. van Tielraden, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Van Tielraden
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2002
156.