ECLI:NL:RVS:2002:AF1720
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling horeca-activiteiten in lunchroom ondanks bestemmingsplan en gemeentelijk standpunt
Burgemeester en wethouders van Boxmeer verleenden op 26 september 2000 vrijstelling voor het gebruik van een lunchroom voor horeca-activiteiten, in strijd met het bestemmingsplan "Kom Vierlingsbeek" dat de bestemming "woning met lunchroom" voorschrijft. Appellant maakte bezwaar tegen deze vrijstelling, dat door het college werd afgewezen met een aangepaste voorwaarde omtrent schenktijden van alcohol.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat burgemeester en wethouders een ruime beleidsvrijheid hebben bij het verlenen van vrijstellingen en dat zij een belangenafweging moeten maken op basis van actuele omstandigheden. De vrijstelling werd gezien als een geringe inbreuk op het bestemmingsplan, mede door de beperkende voorwaarden waaronder de horeca-activiteiten mochten plaatsvinden.
Verder werd het betoog van appellant dat de vrijstelling in strijd was met het gemeentelijke standpunt van 1997 verworpen, evenals het argument dat de vrijstelling vernietigd moest worden wegens het niet direct beschikken over een Drank- en Horecawet-vergunning. Dit laatste was een handhavingsaangelegenheid en de vergunning werd later alsnog verleend.
De Raad van State concludeerde dat burgemeester en wethouders de vrijstelling redelijkerwijs konden verlenen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vrijstelling voor horeca-activiteiten in de lunchroom en verklaart het hoger beroep ongegrond.