ECLI:NL:RVS:2002:AF1740

Raad van State

Datum uitspraak
11 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200203018/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • G.A.A.M. Boot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging dwangsom voor gebruik schuur als woning in strijd met bestemmingsplan

Burgemeester en wethouders van Ermelo legden appellante een dwangsom op wegens het gebruik van een schuur als woning, in strijd met het bestemmingsplan “Buitengebied 1983”. Appellante voerde aan elders haar hoofdverblijf te hebben, maar kon dit niet aannemelijk maken.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden. De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht aannam dat de schuur vrijwel dagelijks bewoond werd en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om af te zien van de dwangsom.

Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200203018/1.
Datum uitspraak: 11 december 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 25 april 2002 in het geding tussen:
appellante
en
burgemeester en wethouders van Ermelo.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 februari 2001 hebben burgemeester en wethouders van Ermelo (hierna: burgemeester en wethouders) appellante een dwangsom opgelegd van ƒ 500,-- per week voor iedere week dat zij vanaf
1 augustus 2001 de schuur op het perceel nabij de [locatie], kadastraal bekend gemeente Ermelo, gebruikt voor woondoeleinden, zulks met een maximum van ƒ 100.000,--.
Bij besluit van 11 mei 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 25 april 2002, verzonden op 2 mei 2002, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 4 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen op 5 juni 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 juli 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 8 augustus 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2002,
waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. A.D. Kok, advocaat
te Ermelo, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door
mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, advocaat te Zwolle, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Niet in geschil is dat het gebruik van de schuur voor woondoeleinden in strijd is met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 1983”.
2.2. Anders dan appellante in hoger beroep heeft betoogd is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat burgemeester en wethouders in voldoende mate aannemelijk hebben gemaakt dat appellante samen met haar kinderen de schuur gebruikt voor woondoeleinden en dat burgemeester en wethouders dan ook bevoegd waren hiertegen handhavend op te treden.
De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij met haar kinderen daadwerkelijk elders, op het adres [locatie 1] te [plaats], haar hoofdverblijf heeft en daar woont bij de familie [naam rechtspersoon]. Ondanks dat bij de rechtbank reeds is gewezen op het ontbreken van bijvoorbeeld een verklaring van deze familie, is ook in hoger beroep geen enkel stuk overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat de inschrijving aan de [locatie 1] ook de werkelijkheid weergeeft.
Daartegenover staat de bij de rechtbank onder ede afgelegde verklaring van [partij] en de rapportage van de waarnemingen van de zijde van de gemeente die onmiskenbaar wijzen op een vrijwel dagelijks gebruik van de schuur voor activiteiten die niet kunnen worden aangemerkt als recreatief gebruik, doch duiden op bewoning.
2.3. Evenzeer terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan burgemeester en wethouders in dit geval van oplegging van een last onder dwangsom hadden behoren af te zien.
2.4. Appellante heeft in hoger beroep geen argumenten aangevoerd die aanleiding geven voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Boot
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2002
202.