ECLI:NL:RVS:2002:AF1779
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging parkeerverbod Magnolialaan wegens verkeersveiligheid en blokkadepreventie
Burgemeester en wethouders van Pijnacker hebben bij besluit van 25 april 2000 het wisselend parkeren in de Magnolialaan beëindigd en een parkeerverbod ingesteld om verkeersblokkades bij een versmalling te voorkomen. Appellanten, bewoners van de noordzijde, maakten bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het niet de vereiste doelstellingen en belangen vermeldt en dat het hun woongenot en woningwaarde schaadt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat burgemeester en wethouders aannemelijk hebben gemaakt dat het parkeerverbod noodzakelijk is om blokkades te voorkomen, wat ook het functioneren van hulpdiensten ten goede komt. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van appellanten.
Verder werd geoordeeld dat de maatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft, waarbij nadelige gevolgen voor omwonenden voor rekening van hen komen. De motivering en belangenafweging van het besluit zijn voldoende en niet onaanvaardbaar. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het parkeerverbod in de Magnolialaan wordt bevestigd vanwege verkeersveiligheid en het voorkomen van blokkades.