ECLI:NL:RVS:2002:AF2028
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor mechanische kokkelvisserij in 5%-contourgebieden Waddenzee toegestaan
Verzoekster, de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Kokkelvisserij U.A., had een vergunning gekregen voor mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee met een maximale aanvoer van 9,09 miljoen kilogram kokkelvlees. Na beleidswijziging verleende verweerder een nieuwe vergunning voor een beperkte aanvoer van 2,2 miljoen kilogram, waarvan 1,2 miljoen kilogram uit de 5%-contourgebieden.
De Voorzitter beoordeelde of het toestaan van mechanische kokkelvisserij in een deel van de 5%-contourgebieden rechtmatig was. Gelet op de beperkte omvang van het visgebied (circa 400 hectare) en de vermindering van bodemberoering met 75%, achtte hij de vergunning passend binnen het gewijzigde beleid en de natuurdoelstellingen.
Verzoekster had tevens gevraagd om de schorsende werking van het bezwaar tegen het gewijzigde besluit op te heffen, zodat de vergunning direct in werking zou treden. Dit verzoek werd afgewezen vanwege het wettelijk stelsel dat opschorting van ingrijpende besluiten waarborgt, tenzij er zeer bijzondere omstandigheden zijn, die hier ontbraken.
De Voorzitter wees erop dat de kans op bezwaren tegen het gewijzigde besluit groot was en dat de vergunning slechts voor een beperkte periode benut kon worden. De voorlopige voorziening werd daarom beperkt toegekend: de schorsing van het besluit van 22 oktober 2002 werd opgeheven, het verzoek tot opheffing van de schorsing van het besluit van 14 november 2002 werd afgewezen.
Uitkomst: De schorsing van de vergunning voor mechanische kokkelvisserij van 22 oktober 2002 is opgeheven, het verzoek tot opheffing van de schorsende werking van het gewijzigde besluit van 14 november 2002 is afgewezen.