ECLI:NL:RVS:2002:AF2062
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand wegens ontbreken jaarstukken
Appellant, directeur-aandeelhouder van een bedrijf, verzocht op 22 oktober 1999 om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) in verband met een geschil over zijn aansprakelijkheid.
Het bureau rechtsbijstandvoorziening en later de raad voor rechtsbijstand wezen het verzoek af vanwege het ontbreken van de jaarstukken over 1998, die noodzakelijk waren voor een juiste beoordeling. Appellant overhandigde deze stukken pas na het primaire besluit, namelijk op 20 juli 2001 aan de rechtbank, terwijl hij voorafgaand aan de besluiten ruimschoots gelegenheid had gehad deze te overleggen.
Appellant stelde dat het bureau een voorlopige toevoeging had moeten verlenen op grond van artikel 30 Wrb Pro en dat een voorwaardelijke toevoeging mogelijk was op grond van artikel 31 Wrb Pro. De Raad van State verwierp deze argumenten omdat appellant de spoedeisendheid niet tijdig had aangegeven en omdat de situatie niet voldeed aan de voorwaarden voor een voorwaardelijke toevoeging.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het risico van het niet tijdig aanleveren van de stukken voor rekening van appellant komt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging wordt bevestigd.