ECLI:NL:RVS:2002:AF2071
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling splitsing voormalige agrarische woning
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Blaricum om vrijstelling van het bestemmingsplan voor het splitsen van een voormalige boerderij in meerdere zelfstandige woningen. De gemeente weigerde dit en handhaafde deze weigering na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het gebruik van de deel als zelfstandige woning in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat burgemeester en wethouders onvoldoende hadden gemotiveerd waarom vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) niet verleend kon worden. Met name was niet onderbouwd dat zinvol gebruik van de bebouwing anders dan als zelfstandige woning mogelijk was, terwijl de gemeentelijke beleidsnota splitsing van panden splitsing als optie toestond.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 11 mei 1999 voor zover het de weigering van vrijstelling betrof en verklaarde het beroep gegrond. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit. De rest van de uitspraak werd bevestigd. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van burgemeester en wethouders wordt vernietigd voor zover het de weigering van vrijstelling betreft.