ECLI:NL:RVS:2002:AF2075
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning biologisch reinigen verontreinigde grond wegens onduidelijke acceptatieprocedure
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verleenden een vergunning voor het biologisch reinigen van met minerale oliën en vluchtige aromaten verontreinigde grond op een perceel te Liesveld. Appellant sub 1 en appellante sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat appellant sub 1 ontvankelijk was, ondanks het niet indienen van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit, vanwege toezeggingen over persoonlijke kennisgeving.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de aan de vergunning verbonden voorschriften, waaronder geluidvoorschriften en emissiewaarden, en concludeerde dat deze redelijk en toereikend waren. De bezwaren van appellant sub 1 werden ongegrond verklaard. Echter, appellante sub 2 stelde dat de acceptatieprocedure onwerkbaar en onduidelijk was, wat de rechtszekerheid schond.
De Raad stelde vast dat de voorschriften omtrent de acceptatieprocedure niet ondubbelzinnig waren en niet duidelijk maakten of onderzoek buiten de inrichting kon plaatsvinden of wanneer onderzoek achterwege kon blijven. Dit leidde tot de conclusie dat de vergunningvoorschriften niet voldoen aan het vereiste van rechtszekerheid. Daarom werd het gehele besluit vernietigd. Het beroep van appellante sub 2 werd gegrond verklaard, dat van appellant sub 1 ongegrond. De provincie Zuid-Holland werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan appellante sub 2.
Uitkomst: De vergunning voor het biologisch reinigen van verontreinigde grond wordt vernietigd vanwege onduidelijke en onwerkbare acceptatievoorschriften.