ECLI:NL:RVS:2002:AF2086
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroepen tegen tweede partiële herziening streekplan Zuid-Holland Oost
Verweerders hebben op 27 juni 2001 de tweede partiële herziening van het streekplan Zuid-Holland Oost vastgesteld. Hiertegen hebben meerdere appellanten beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 24 oktober 2002 behandeld en op 18 december 2002 uitspraak gedaan.
De Afdeling overwoog dat zij alleen bevoegd is te oordelen over beroepen die gericht zijn tegen concrete beleidsbeslissingen zoals benoemd in het streekplan. Diverse beroepen, waaronder die van burgemeester en wethouders van Reeuwijk, Jacobswoude en andere appellanten, waren niet gericht tegen dergelijke concrete beleidsbeslissingen en werden daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Voor de overige beroepen, zoals die van burgemeester en wethouders van Gorinchem, de vereniging “Kring Boskoop” en individuele appellanten, oordeelde de Afdeling dat de vastgestelde contouren en beleidsbeslissingen in redelijkheid zijn genomen. De Afdeling verwierp de bezwaren over onder meer bebouwingscontouren, sturingsmethodiek woningbouwcontingenten en boomteeltbeleid, en verklaarde deze beroepen ongegrond.
De Afdeling benadrukte dat sommige bezwaren beter in gemeentelijke bestemmingsplanprocedures aan de orde kunnen komen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de tweede partiële herziening van het streekplan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor enkele beroepen en verklaart de overige beroepen ongegrond, waarmee de tweede partiële herziening van het streekplan Zuid-Holland Oost wordt bevestigd.